Geen vlieg kwaad

Behalve hinderlijke, irritante of gevaarlijke insecten – zoals steekmuggen of limonadewespen, hoornaars of horzels – zijn er ook genoeg insecten die, uhm, eh… geen vlieg kwaad doen.

Soms vermommen ze zich wel vervaarlijk, zoals de Gewone pendelvlieg die er probeert uit te zien als een wesp, of de Grote narcisvlieg, die wat op een hommel lijkt.

In tuinen en parken laten deze insecten zich dezer dagen volop zien. Zoals deze zondag in een zomers zonnige Harense achtertuin.

 

Van links naar rechts:

  1. Gewone pendelvlieg (Helophilus pendulus); een insect uit de familie van zweefvliegen. De vlieg is in Nederland en Europa een zeer algemene soort, en kan van april tot oktober overal op bloemen gevonden worden.
  2. Grote narcisvlieg (Merodon equestris); is ook een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen. Ze zijn hommelachtig behaard, kennen veel kleurvariaties, en hebben opvallend krachtige en zwarte poten.
  3. Honingbij (Apis mellifera); komt algemeen voor in grote aantallen, en is belangrijk voor de bestuiving van vele plantensoorten, waaronder fruitbomen. Daarnaast is de soort leverancier van natuurproducten zoals honing en bijenwas. De honingbij wordt op grote schaal in kunstmatige bijenkorven gehuisvest voor productiedoeleinden, maar de soort wordt ook bedreigd door de mens, waardoor de aantallen honingbijen afnemen. De belangrijkste oorzaken daarvoor zijn waarschijnlijk bijenparasieten en insecticiden.

Deze laatste, de honingbij, doet dan wel geen vlieg kwaad, maar kan wel de mens een pijnlijke steek bezorgen. Dat doet de bij echter alleen als hij zich bedreigd voelt, en omdat dit insect, in tegenstelling tot de limonadewesp, nooit hinderlijk om mensen heen zoemt of in of op consumpties gaat zitten, komt dit eigenlijk nauwelijks voor.

En voor de arachnofoben onder onze lezers legden we nog dit spinnetje vast; een Kraamwebspin of Grote wolfspin (Pisaura mirabilis). Deze spin heeft een wat wonderlijke manier van voorplanting, zo lezen we op wikipedia:

“Het mannetje neemt een ingesponnen prooi als ‘geschenk’ mee voor het vrouwtje. Terwijl ze het maal verorbert, probeert het mannetje te paren. Als dit niet lukt, zal het vrouwtje ook het mannetje opeten. Het vrouwtje vertoont een soort broedzorg waarbij een web wordt gemaakt dat dient als een soort kraamkamer: de kraamwebspin maakt na een succesvolle paring een grote eicocon, die het vrouwtje met behulp van de kaken en pedipalpen onder zich vasthoudt. Voordat de spinnetjes uitkomen maakt de spin de cocon vast in de vegetatie en begint ze een tentvormig web te spinnen (dit is het zogenaamde kraamweb). De eicocon wordt deels geopend waarna het vrouwtje aan de basis van het web de wacht blijft houden.”

Je zou er spinnenangst van krijgen. Of – als man zijnde – erotofobie.


Verder Bericht

Vorige Bericht

© 2026

Thema door Anders Norén