Attero

Vlak over de grens tussen Haren en de gemeente Groningen ligt – wat eufemistisch heet – de milieuboulevard. Overheden – of het nu gemeentes zijn, provincies of landen – leggen dergelijke overlastgevende of gevaarlijke infrastructurele zaken – vliegvelden, kerncentrales, windmolenparken – bij voorkeur aan de rand van hun grondgebied aan, waarschijnlijk om de eigen burgers zoveel mogelijk te ontzien, maar zich tegelijkertijd niets gelegen laten liggend aan de mogelijke ellende die ze de inwoners net over de grens bezorgen, ongetwijfeld omdat die bij de volgende verkiezingen toch niet mogen stemmen over de bestuurders en volksvertegenwoordigers die voor de betreffende locatiekeuze verantwoordelijk waren.

Hoe dan ook, vlak over de grens met onze buurgemeente ligt het afvalputje van de provincie Groningen, waar verschillende vuilnisboeren bij elkaar gekropen zijn als in een leprozenkolonie. We treffen daar de Stainkoelen (1 & 2) – een ordinaire vuilnisbelt; storten staat het laagst aangeschreven als wijze van afvalverwerking – de stortplaats van de milieudienst Groningen, een vestiging van afvalverwerker Van Gansewinkel en een afvalscheidings- en -vergistingsinstallatie van Attero. Van wie? Attero. Dat heette tot 1 januari van dit jaar Essent Milieu, die eigenaar was van wat vroeger VAGRON werd genoemd. Ook de bekende vuilstort VAM bij het Drentse Wijster is via Essent Milieu een onderdeel van Attero geworden.

Op de locatie aan de Duinkerkenstraat – de oude VAGRON, dus – wordt door Attero huishoudelijk afval uit de stad Groningen en enkele omliggende gemeentes, waaronder Haren – verwerkt. Na scheiding van verschillende afvalstromen gaat het organische materiaal naar een viertal vergistingstorens, waar bacteriën het omzetten in biogas. Daarmee produceert Attero elektriciteit en warmte, grotendeels voor eigen gebruik. Het overschot aan stroom wordt op het landelijke elektriciteitsnet gezet. Na de bouw van een gasopwerkingsinstallatie (3x woordwaarde) kan ook het opgewekte biogas worden omgezet in groen gas dat aan het landelijke aardgasnetwerk kan worden toegevoegd.

Wie dus af en toe – gelukkig niet zo vaak, maar afgelopen zaterdag was het met noordoostenwind toch even raak – in Haren de weeë geur van vuilnis ruikt, moet niet klagen. ’t Is deels ons eigen vuil en tegelijkertijd branden (voor een heeeeeeeel klein deel) onze kachel en lampen erop.

 

 

Verder Bericht

Vorige Bericht

© 2019

Thema door Anders Norén