Rob en Merel

Bij de landelijke tuinvogeltelling die afgelopen weekend werd gehouden, bleek de huismus de meest voorkomende vogel in Nederland te zijn. Niet verrassend, want hoewel de aantallen al geruime tijd gestaag teruglopen, is deze mus elk jaar de meest getelde vogel.

Ook in de gemeente Haren eindigde de huismus op nummer 1, met welgeteld 635 exemplaren, gevolgd door de merel (544) en de vink (428), zoals vandaag ook wordt gemeld door de huisbioloog van het Harener Weekblad, Kees Boele, in zijn rubriek Groen Haren. Binnen de gemeente zijn er evenwel enkele opvallende verschillen.

Zo is de huismus weliswaar de meest voorkomende vogel in zowel het dorp Haren als in de buitendorpen, maar kijkend naar alleen de Harense wijken ten westen van het spoor (de ‘goede kant’ van het dorp, waar ik woon – enige correlatie tussen beide berust geheel op toeval) komt opeens de merel met stip op nummer 1 (met precies 306 vogels, terwijl het musje genoegen moet nemen met plaats 3 (233 stuks), nog achter de vink (287).

Dat komt deels overeen met mijn eigen vogelervaring. In mijn tamelijk vogelrijke tuin – waar zich in de loop der jaren ruim veertig verschillende soorten lieten zien, waaronder minder algemene soorten als de pestvogel, sperwer en groene specht – heb ik nog nooit – ik herhaal: nog nooit – een huismus kunnen betrappen.

Merels des te meer. Ze knokken elkaar de tuin uit om het territorium te bemachtigen. Eén mannetjesmerel heeft de voortuin veroverd en verdedigt met hand en tand de daar aanwezige voedertafel. Zelfs als Merel niet eet, zit hij op de rand ervan, om maar te zorgen dat anderen niet van deze hoorn des overvloeds snoepen. Als hij even de tafel verlaat, grijpt Robin, het roodborstje (op de zevende plaats in de Harense telling) dat de voortuin als zijn territorium beschouwt, zijn kans. Maar wanneer Merel terugkomt, moet Robin als een haas maken dat hij wegkomt.

Ook voor de minder honkvaste, af en toe opduikende koolmezen moet Robin tijdelijk wijken. Maar als een passerende pimpelmees aan de voedertafel aan wil schuiven, laat Rob zich gelden. Pimpelmezen durft hij wel aan.

Tuinvogels, ze hebben het niet gemakkelijk in deze winterse omstandigheden. Gelukkig voor hen is de dooi in aantocht.

Verder Bericht

Vorige Bericht

© 2019

Thema door Anders Norén